Oprichting & inbreng
Aan de oprichting van een patrimoniumvennootschap hangen kosten vast. Enerzijds de administratieve kosten (bv. notariskosten, publicatiekosten), en anderzijds de registratierechten op de inbreng van het vastgoed in de vennootschap.
De registratierechten hangen af van het type vastgoed en het type transactie. Het artikel “Inbreng van vastgoed in uw vennootschap: welke belasting bent u verschuldigd?”: Inbreng van vastgoed in uw vennootschap l Pareto licht dit onderwerp meer toe. Let wel op, sinds de publicatie van dit artikel is het verkooprecht in Vlaanderen gestegen van 10% naar 12%.
Beheer
Een patrimoniumvennootschap biedt verschillende voordelen;
- Mogelijkheid van successieplanning tussen echtgenoten (de langstlevende echtgenoot is de zaakvoerder-opvolger) en in een tweede instantie naar de kinderen,
- De gebouwen, renovaties, werken… zijn afschrijfbaar,
- Alle onderhoudskosten zijn ten laste van de vennootschap,
- …
Nadelen;
- Jaarlijkse boekhoudkosten,
- Huurinkomsten zijn belast op grond van werkelijke ontvangsten, dit is altijd hoger dan een belasting op basis van het kadastraal inkomen,
- Noodzaak om “kosten te maken”,
- Dividenden zijn onderworpen aan een roerende voorheffing van 30% (maar VVPRbis en liquidatiereserves aan een lagere roerende voorheffing zijn mogelijk),
- Meerwaardebelasting (20% of 25%) bij verkoop en uitbreng,
- …
De voor- en nadelen dient u zelf af te wegen. Het is hierbij belangrijk om uit te maken wat u met uw vastgoed wenst te bereiken. Wilt u dit in de familie houden en er eventueel op bouwen, dan kan een patrimoniumvennootschap een goede optie zijn.
Schenking
De meest gebruikelijke techniek voor successieplanning is een notariële schenking van aandelen, omdat de geldigheid van een onderhandse schenking van aandelen betwist blijft. De schenking wordt geregistreerd en er is 3% schenkbelasting verschuldigd op de waarde van de aandelen. Bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik wordt de volle eigendom belast; het vruchtgebruik kan aanwassen bij de langstlevende en dooft nadien belastingvrij uit.
Zorg bij zo’n schenking voor voldoende bescherming, zoals een (optioneel) beding van terugkeer, een last voor medische kosten of een uitsluitingsbeding. Neem ook zeker een clausule op die bepaalt dat liquidatiereserves en VVPRbis-reserves toekomen aan de vruchtgebruiker, anders kan hierover discussie ontstaan.
Exitstrategie
Bij de keuze voor een patrimoniumvennootschap wordt best ook al eens nagedacht over de eventuele exitstrategie. U zal na de schenking misschien een onroerend goed terug naar het privévermogen willen halen. Het onroerend goed wordt dan uit de vennootschap gebracht, wat op verschillende manieren kan gebeuren.
Meerwaardebelasting
Er zal voor een vennootschap steeds meerwaardebelasting verschuldigd zijn, zowel bij een verkoop als bij een uitbreng. De meerwaarde (= waarde op moment van verkoop/uitbreng verminderd met de waarde op moment van de inbreng) wordt belast in de vennootschapsbelasting, aldus aan 25% of aan het verlaagd tarief van 20%.
Wanneer u een onroerend goed in uw privévermogen verkoopt, kan u daarentegen de meerwaardebelasting relatief gemakkelijk vermijden wanneer u gronden pas na acht jaar verkoopt en gebouwen na vijf jaar.
Indien u het vastgoed (op korte termijn) wenst te verkopen, brengt u het bijgevolg beter niet in een vennootschap in.
Historische vennoot
Indien u het vastgoed wenst uit te brengen, is de uitbreng naast meerwaardebelasting mogelijks ook nog aan registratierechten onderworpen. Om deze zoveel mogelijk te vermijden – en voor uzelf zoveel mogelijk flexibiliteit en opties in te bouwen – neemt u best al actie bij de inbreng van het vastgoed. De uitbreng is namelijk standaard onderworpen aan 12% verkooprecht. Hier bestaan echter enkele uitzonderingen op wanneer het gaat om 1) een bv, cv, vof of comm.v, en 2) een historische vennoot. Meer informatie over de historische vennoot kan u vinden in “wachtregeling(-bis) en historische vennoot in Vlaanderen”: Wachtregeling(-bis) en historische vennoot in Vlaanderen – Pareto.
Conclusie
Het is belangrijk om te weten wat u met het vastgoed wenst te doen. Is het de bedoeling om de onroerende goederen in de familie te houden, en/of eventueel constructies op te richten, dan kan een patrimoniumvennootschap een goede optie zijn. Is het echter de bedoeling om de onroerende goederen (op korte termijn) te verkopen, dan gebeurt dit best privé om meerwaardebelasting in de vennootschap en/of kosten van de uitbreng uit de vennootschap te vermijden.
Sofie Reyniers, juriste bij Pareto NV
12 december 2025