/>

De gezondheidscrisis die de laatste maanden onze hele samenleving beheerste, had niet enkel een impact op ons dagelijks leven maar eveneens op de solvabiliteit van onze ondernemingen. Deze hadden zwaar te lijden onder de dalende consumptie en de verregaande maatregelen getroffen om de uitbraak van het virus in te dijken.

Om hieraan te verhelpen werkte de federale overheid verscheidene wetsvoorstellen uit (met als voornaamste ‘CORONA II’ en ‘CORONA III’) om de zelfstandigen en vennootschappen te ondersteunen. Eén van de maatregelen opgenomen in het voorstel betreft de ‘vervroegde verliesaftrek’. Het voorstel moet ademruimte geven aan de zelfstandigen en vennootschappen om hun liquiditeit en solvabiliteit te herstellen.

Personenbelasting – Vervroegde verliesaftrek

De doelgroep van deze maatregel betreffen zowel zelfstandigen met winst als met baten.

Hoe zal de regeling er concreet gaan uitzien: de winsten en baten van het inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020) kunnen worden vrijgesteld van belastingen tot op de hoogte van de verwachte verliezen in inkomstenjaar 2020 (aanslagjaar 2021).

Het betreft een vrijstelling op aanvraag en deze zal dus niet automatisch worden toegekend. De aanvraag zal dienen te gebeuren via een apart formulier (genaamd ‘275 COV’). Dit document zal deel uitmaken van de aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2020.

De vrijstelling wordt teruggenomen in het volgend inkomstenjaar (2020) om zo het verlies voor dat inkomstenjaar geheel of gedeeltelijk te neutraliseren. Het betreft dus slechts een tijdelijke maatregel vermits in het volgende jaar het vrijgestelde gedeelte zal worden toegevoegd aan de winsten of baten om op dat ogenblik belast te worden.

Vennootschapsbelasting – Tijdelijke vrijstelling van de vennootschapsbelasting

In de vennootschapsbelasting is het systeem iets complexer maar de vrijstelling zal de vorm aannemen van een tijdelijke vrijstelling van het resultaat van het belastbare tijdperk dat verbonden is naar gelang het geval met aanslagjaar 2019, of met aanslagjaar 2020. Dit hangt af van de afsluitdatum van het boekjaar.

Het initieel vrijgestelde bedrag zal worden toegevoegd aan de belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk waarin de beroepsverliezen als gevolg van de crisis werden geleden. Ook hier betreft het dus een tijdelijke vrijstelling.

Er worden enkele soorten vennootschappen uitgesloten van de gunstregeling, zoals beleggingsvennootschappen. Verder worden ook vennootschappen geweerd die reeds vóór de coronacrisis als een ‘onderneming in moeilijkheden’ kwalificeerde. De regeling geldt dus enkel voor ‘gezonde’ ondernemingen, welke jammer genoeg moeilijkheden ondervinden door de huidige crisis.

Ook hier betreft het geen automatische regeling maar is deze wel het onderwerp van een aanvraag waarbij een wijziging of vrijstelling van de aangifte in de vennootschapsbelasting kan worden gevraagd.

Conclusie

Deze maatregelen, die doorwerken op het niveau van de personen- en de vennootschapsbelasting, worden toegevoegd aan het eerste pakket maatregelen dat reeds werd ingevoerd door de andere overheden. Hopelijk werkt dit de economische relance in de hand.

Aarzel niet om ons te contacteren indien u hierover meer informatie wenst.

Olivier Doms – Juriste & fiscaliste chez Pareto

Verkooprecht bij verlenging van vruchtgebruik?

Bij een gesplitste aankoop van een onroerend goed, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik verwerft en de bedrijfsleider de blote eigendom, kan het wenselijk zijn de termijn van het vruchtgebruik te verlengen. Na het verstrijken van de duurtijd van het vruchtgebruik komt het onroerend goed namelijk toe aan de blote eigenaar. Welke fiscale gevolgen brengt deze verlenging met zich mee?

Grondwettelijk Hof doet uitspraak over toepassing van verkooprecht bij toekenning vastgoed in mede-eigendom aan de vennoot-bedrijfsleider

In 2021 publiceerde Pareto een artikel over de aankoop in mede-eigendom tussen bedrijfsleider en diens vennootschap. We kaderden hierbij het probleem of hetzij verdeelrecht[1] hetzij verkooprecht[2] (Visie Vlaamse en Federale fiscus) van toepassing is wanneer het onnroerend goed wordt uitgekeerd (via verkoop bijvoorbeeld) aan de bedrijfsleider-vennoot. Het Grondwettelijk Hof velde in januari 2022 een verdict in deze kwestie n.a.v. een prejudiciële vraag.

Het verband tussen de begunstigingsclausule van een levensverzekeringspolis en het testament

Nemen wij het voorbeeld van een verzekeringnemer die aanvankelijk zijn zus aanwijst als begunstigde van zijn levensverzekeringspolis. Vervolgens maakt hij een testament op waarin hij zijn partner als algemene legataris aanstelt zonder de begunstigingsclausule van de levensverzekeringspolis te wijzigen. De vraag rijst dan wie de verzekeringsuitkering zal ontvangen.