/>

In het kader van successieplanning is het immers fiscaal gunstiger om schenkbelasting te betalen dan erfbelasting verschuldigd te zijn op moment van een overlijden.
Het al dan niet verplicht karakter en de modaliteiten van een registratie verschillen tussen een overdracht van roerende en onroerende goederen.

De onroerende schenking

Een onroerende schenking impliceert de overdracht bij leven van (een deel van) vastgoed aan een of meerdere begiftigden via een notariële akte. Artikel 4.158 Burgerlijk Wetboek bepaalt immers dat een notariële akte essentieel is voor de geldigheid van een schenking. Dit heeft tot gevolg dat een onroerende schenking altijd via een notariële akte dient te gebeuren. N Het Wetboek Registratierechten schrijft voor dat binnen een termijn van 15 dagen na het verlijden van de akte deze ter registratie aangeboden dient te worden aan het bevoegde kantoor Rechtszekerheid, wat in de praktijk door de notarissen uitgevoerd wordt.
De consequentie van de registratie impliceert het betalen van schenkbelasting, wat bij onroerend vermogen de progressieve schenkbelasting is (verschillend in functie van het gewest en verwantschap tussen schenker en begiftigde) op de waarde van het geschonken onroerend goed.

De roerende schenking

Een roerende schenking impliceert de overdracht bij leven van (een deel van) het roerend vermogen aan een of meerdere begiftigden via een notariële akte. Bij een roerende schenking zal ook de termijn van 15 dagen gerespecteerd dienen te worden waarbinnen de akte aangeboden dient te worden zodat er schenkbelasting geheven kan worden.
In tegenstelling tot de progressieve schenkbelasting op onroerend vermogen zal het roerend vermogen belast worden aan een lineair tarief (verschillend in functie van het gewest en verwantschap tussen schenker en begiftigde) op de waarde van geschonken roerende goederen.
Hoewel artikel 4.158 Burgelijk Wetboek principieel ook van toepassing is op overdracht van roerend vermogen, is er één uitzonderingsregime: de indirecte schenking.

Dit is een methode om roerend vermogen over te dragen zonder notariële akte en dus bijgevolg zonder registratie. De meest gekende voorbeelden zijn de handgift en de bankgift.
Dergelijke manieren van overdracht van vermogen worden expliciet aanvaard doch dienen rekening te houden met een extra voorwaarde.
De indirecte schenking houdt geen registratieverplichting in en dus bijgevolg geen schenkbelasting op de overdracht van het vermogen. Dit betekent echter niet dat die overdracht per direct belastingsvrij is gebeurd. Indien de schenker immers binnen een periode van 3 jaar overlijdt, dan zal de waarde van die schenking opgenomen moeten worden in de aangifte van de nalatenschap van de overleden schenker waardoor er desgevallend toch erfbelasting betaald zal moeten worden.
Er is met andere woorden een risicoperiode van 3 jaar gebonden aan een niet-geregistreerde schenking van roerend vermogen. Eenmaal de 3 jaar periode verstreken is, zal de niet-geregistreerde schenking volledig belastingsvrij van de begiftigden zijn.

Een niet-geregistreerde schenking kan echter ten alle tijde nog spontaan ter registratie aangeboden worden (door uzelf of door de notaris) aan het kantoor Rechtszekerheid. Door het overmaken van bewijsstukken (overschrijvingsbewijzen of brieven) zal u het bestaan van de schenking kunnen aantonen en zal er toch schenkbelasting van toepassing zijn zodat deze niet meer in de nalatenschap zouden vallen. Deze methode kan zeer nuttig zijn indien men binnen de periode van 3 jaar om één of andere redenen inschat het einde van die periode toch niet te halen en om desgevallend te vermijden dat er erfbelasting van toepassing zal zijn.

Kortom, een schenking van onroerende goederen dient altijd notarieel te gebeuren terwijl bij roerende goederen een keuzemogelijkheid bestaat tussen de notariële – verplicht te registreren – schenking  en de indirecte – niet verplicht te registreren – schenking.