Wat is een gezinswoning?
De gezinswoning is vrijgesteld van erfbelasting voor echtgenoten, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden die meer dan drie jaar voor het overlijden een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Deze vrijstelling geldt niet wanneer de gezinswoning in eigendom is van een vennootschap.
Maar wat valt er nu onder deze gezinswoning? Komt bijvoorbeeld een stuk grond naast uw woning ook in aanmerking voor deze vrijstelling van erfbelasting?
De gezinswoning wordt gedefinieerd als de gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de partners op het ogenblik van het overlijden van één van hen. Indien één van de partners of beide partners door gezondheidsredenen of leeftijd noodgedwongen naar een rusthuis of assistentiewoning moeten verhuizen, komt de laatste gezinswoning nog in aanmerking voor de vrijstelling. Indien een deel van de gezinswoning voor professionele beroepsdoeleinden gebruikt wordt, dan kan de woning nog steeds genieten van de vrijstelling zolang het beroepsgedeelte ondergeschikt is aan het woongedeelte.
Naast de gezinswoning kunnen ook de ‘aanhorigheden’ genieten van de vrijstelling. Een aanhorigheid is een onroerend goed dat volgens zijn aard, ligging, oppervlakte en waarde een ‘normale bijhorigheid’ vormt van de gezinswoning. Wat een aanhorigheid uitmaakt, is bijgevolg een feitenkwestie dat geval per geval moet bekeken worden. In het algemeen bestaan er wel enkele richtlijnen[1]:
– De aanhorigheid moet een bijzaak zijn van de woning (en niet omgekeerd);
– De aanhorigheid moet kaderen in de woonfunctie (bv. garage, tuin, …) en mag niet kaderen in een economische activiteit;
– Wat betreft de ligging van de aanhorigheid:
- Indien het gaat om gronden: de gronden moeten grenzen aan het perceel waarop de woning is gelegen;
- Indien het gaat om een garage: de garage moet in de onmiddellijke nabijheid van de woning zijn gelegen.
Hoe dan ook dient er steeds gekeken te worden naar de realiteit: wordt het aanpalend stuk grond al jaren gebruikt als tuin, dan zal het eerder wel als aanhorigheid aanzien worden. Wordt het aanpalend stuk grond echter afgebakend door een omheining van de gezinswoning waardoor het niet één geheel vormt, dan zal het mogelijks niet als aanhorigheid aanzien worden.
Merk op, voor de aankoop van de enige en eigen woning (gezinswoning) kunnen er bijkomende voorwaarden gelden voor de aanhorigheden om te kunnen genieten van het verlaagd registratietarief of een abattement. Zo kan het voor de registratierechten van belang zijn dat de aanhorigheid op dezelfde dag als de gezinswoning wordt aangekocht.
[1] Vlabel standpunt 15110.
Sofie Reyniers – juriste bij Pareto NV
27 september 2024
Lees ook
-
-
28 oktober 2015
Wettelijke terugkeer voortaan vrijgesteld in Vlaanderen bij vooroverlijden begiftigde
Het kan helaas gebeuren dat een kind door ziekte of ongeval vóór de ouders komt te overlijden. De goederen die behoren tot de nalatenschap van het kind zullen naargelang zijn persoonlijke situatie (burgerlijke stand, huwelijkscontract, kinderen, broers/zussen) verdeeld worden volgens de gebruikelijke regels tussen de wettelijke erfgenamen.
Meer weten