/>

Het eigenaardige is dat deze belastingvermindering niet wordt toegepast in de situatie van buitenlandse successierechten op roerende goederen. In dat geval is men mogelijks onderhavig aan de buitenlandse successierechten op het roerendvermogen in de nalatenschap, bovenop de Belgische successierechten. Deze ongelijkheid werd in 2020 door het Hof Van Cassatie via een prejudiciële vraag aangekaart bij het Grondwettelijk Hof.

Het Hof heeft in zijn arrest van juni 2021 bepaald dat het onderscheid in belastingvermindering tussen onroerende en roerende goederen op een objectief criterium berust, maar dat dit onderscheid omwille van de gewijzigde omstandigheden vandaag de dag niet meer te verantwoorden is. Omdat moeilijk te achterhalen was of er daadwerkelijk buitenlandse belasting werd geheven op de roerende goederen, met het risico op belastingontduiking, was een verschil in behandeling destijds pertinent. Het Hof heeft nu echter geoordeeld dat deze argumentatie niet meer opgaat.

Een verschillende behandeling voor roerende goederen ten opzichte van onroerende goederen schendt het gelijkheidsbeginsel. Het Hof heeft bepaald dat deze discriminatie en ongrondwettigheid door de rechter in casu moet worden verholpen, in afwachting van een ingrijpen door de wetgever. De rechter mag dus a contrario van artikel 17 wetboek successierechten, de buitenlandse successierechten op het roerend goed in mindering brengen van de Belgische successierechten op dat goed.

Dit arrest betreft in principe de federale regeling voor successierechten (Brussels Gewest en Waals Gewest), maar in Vlaanderen bestaat exact hetzelfde artikel in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (artikel 2.7.5.0.4). Vlabel is het Grondwettelijk Hof gevolgd en zal met zijn arrest rekening houden op moment van taxatie, en ook bij bezwaar of in geval van verzoek tot ambtshalve ontheffing.

Vlabel vereist daarvoor de volgende bewijsstukken:

-een behoorlijk gedateerd kwijtschrift van de in het buitenland betaalde erfbelasting (de datum van het kwijtschrift is bepalend voor de eventuele omrekening in euro);

-een door de bevoegde buitenlandse overheid voor eensluidend verklaard afschrift van de aangifte en van de berekening van de rechten.

Simon Boon – Jurist bij Pareto

Erfbelasting verschuldigd bij het schenken van een levensverzekeringscontract

Het is gebruikelijk dat een ouder tijdens zijn leven een beleggingsverzekering (tak 21, 23 of andere) afsluit en bepaalt dat de opgespaarde bedragen bij zijn overlijden aan zijn kinderen zullen worden overgedragen. De meest voorkomende levensverzekeringsconfiguratie, waarvan in dit artikel gebruik wordt gemaakt, is deze van het “AAB”-type, ook bekend als “beding ten behoeve van een derde”, waarbij ouder “A” optreedt als verzekeringnemer en verzekerde hoofd en het kind “B” als begunstigde.

Hervorming van het goederenrecht: wat is de “wettelijke” aanwas van het vruchtgebruik?

De hervorming van het eigendomsrecht is op 1 september 2021 in werking getreden. Een van de nieuwigheden heeft betrekking op het recht van vruchtgebruik. Meer bepaald op de invoering van een zogenaamde “wettelijke” aanwas van het vruchtgebruik.

Comment procéder pour renoncer à l’usufruit successif et ainsi éviter les droits de succession en Région flamande ?

Hoe kan ik afstand doen van het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik en zo erfbelasting vermijden in het Vlaams Gewest?

Sinds de hervorming van het erfrecht, dat op 1 september 2018 in werking is getreden, geniet de langstlevende echtgeno(o)t(e) een recht van vruchtgebruik dat betrekking heeft op de goederen die de overledene tijdens zijn of haar leven heeft geschonken onder voorbehoud van vruchtgebruik. Om van dit vruchtgebruik te kunnen genieten, moet de langstlevende echtgeno(o)t(e) op het ogenblik van de schenking echtgeno(o)t(e) zijn.