/>

1. Inleiding

De gezinswoning of de ‘gezamenlijke hoofdverblijfplaats’ geniet een vrijstelling in de erfbelasting/successierechten in de drie Gewesten in ons land in hoofde van de langstlevende echtgenoot/partner. De voorwaarden en praktische uitwerking ervan verschillen echter in de verscheidene regio’s. We gaan hierbij dieper in op de notie ‘gezinswoning’ en de hoedanigheid van de genieter van de vrijstelling.

2. Voorwaarden

2.1 Gezamenlijke hoofdverblijfplaats

In de drie gewesten wordt een vrijstelling verleend voor het onroerend goed dat het gezin tot voornaamste woning dient.

In het Waals Gewest echter dient de erflater de woning betrokken te hebben gedurende de laatste vijf jaar van zijn of haar leven zodat de vrijstelling toepassing zou kennen. In het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest daarentegen geldt geen termijn. De vrijstelling wordt er toegekend aan de woning die voldoet aan de voorwaarden voor ‘gezinswoning’ op de dag van het overlijden.

Een uittreksel uit het bevolkingsregister houdt een weerlegbaar vermoeden in dat het onroerend goed tot voornaamste woning diende.

2.2 De hoedanigheid van de begunstigde

In het Waals Gewest: de langstlevende echtgenoot (niet gescheiden noch gescheiden van tafel en bed) alsook de wettelijk samenwonende partner genieten de vrijstelling. Een mogelijke verwantschap tussen de samenwoners heeft geen gevolgen.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: de langstlevende echtgenoot (niet gescheiden noch gescheiden van tafel en bed) alsook de wettelijk samenwonende partner genieten de vrijstelling. Bijkomende voorwaarde voor de samenwonenden is echter dat deze niet één van volgende hoedanigheden mogen hebben:

  • Erfgenaam in rechte lijn van de erflater;
  • Rechtverkrijgende die voor de toepassing van het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn van de erflater wordt gelijkgesteld;
  • Broer of zus van de erflater;
  • Neef of nicht van de erflater;
  • Nonkel of tante van de erflater.

In het Vlaams Gewest: de langstlevende echtgenoot (niet gescheiden noch gescheiden van tafel en bed) alsook de wettelijk samenwonende partner genieten de vrijstelling. Net zoals in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan de wettelijk samenwonende niet genieten van de vrijstelling indien het gaat om een:

  • Erfgenaam in rechte lijn van de erflater;
  • Rechtverkrijgende die voor de toepassing van het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn van de erflater wordt gelijkgesteld.

Bovendien geldt in het Vlaams Gewest, in tegenstelling tot de andere twee Gewesten, dat de vrijstellingsregel werd uitgebreid naar de feitelijk samenwonenden. De voorwaarde hiervoor is dat, op de dag van het overlijden, de partners een gemeenschappelijke huishouding voerden voor een ononderbroken termijn van minstens drie jaar. De beperking voor een erfgenaam in rechte lijn of een rechtverkrijgende die hiermee wordt gelijkgesteld, gelden onverkort.

3. Fiscaal voordeel

Vanuit fiscaal oogpunt wordt de nettowaarde van de gezinswoning uit de nalatenschap geweerd voor de berekening van de erfbelasting/successierechten. Er geldt dus geen progressievoorbehoud, wat betekent dat er geen rekening wordt gehouden met de waarde van de gezinswoning voor de bepaling van het toepasselijk tarief op de andere goederen van de nalatenschap.

4. Conclusie

De vrijstelling van de gezinswoning staat toe dat de erfbelasting/successierechten aanzienlijk worden verminderd. Bovendien wordt zo het scenario vermeden waarin de langstlevende de woning zou moeten verkopen om de erfbelasting/successierechten te kunnen betalen.

Dit voordeelregime stelt u eveneens in staat een successieplanning uit te werken. Indien u de gezinswoning, via testament of huwelijkscontract, in volle eigendom zou toekennen aan de langstlevende kan u zorgen voor een maximale bescherming van de partner zonder een verhoging van de erfbelasting/successierechten.

Indien u hierover meer informatie wenst, kan u ons steeds contacteren.

Chloé Masse – Juriste en Fiscaliste bij Pareto

Aankoop in mede-eigendom tussen bedrijfsleider en zijn vennootschap

Een belangrijk voordeel van mede-eigendom is dat wanneer de vennootschap ooit het onroerend zou willen uitkeren aan de bedrijfsleider (bijvoorbeeld via verkoop of dividenduitkering in natura) slechts het verdeelrecht van 2,5% (Vlaanderen) of 1% (Wallonië, Brussel) zou te betalen zijn op het deel dat wordt toebedeeld aan de mede-eigenaar/vennoot. Terwijl normaal het verkooprecht (10% VL/12,5% […]

Belastingvrije dividenden?

Welke dividenden? De vrijstelling kan aangevraagd worden voor alle gewone dividenden en is eveneens van toepassing op buitenlandse dividenden. Dividenden van beleggingsfondsen, juridische constructies en trackers komen niet in aanmerking voor de vrijstelling, evenals obligatiecoupons en andere rentevergoedingen. Op de gewone dividenden uit je eigen vennootschap kan de vrijstelling aldus ook toegepast worden. De interesten […]

La circulaire (2021/C/49) dsur la quotité forfaitaire d’impôt étranger (QFIE) et les dividendes en provenance de la France a été publiée

Franse dividenden: nieuwe circulaire van 28 mei over het FBB

Hoewel deze circulaire goed nieuws is, moet zij worden genuanceerd omdat de Administratie onderstreept dat de verrekening van het FBB slechts mogelijk is voor zover de dividenden worden ingevuld in de juiste rubrieken van de aangifte in de personenbelasting. Standpunt van de Belgische belastingdienst in de circulaire van 28 mei 2021 Franse dividenden ontvangen in […]