/>

Om voor de aftrekbaarheid in aanmerking te komen, moet de bezoldiging regelmatig en in principe maandelijks worden uitbetaald. Bovendien mag het aanvullend pensioen niet meer bedragen dan 80% van de normale bruto jaarbezoldiging van de bedrijfsleider, anders verliezen de premies die dit bedrag overstijgen hun aftrekbaar karakter.

Naar aanleiding van de covid-19 crisis heeft de bezoldigingskwestie tot veel vragen geleid. De gezondheidssituatie heeft er immers toe geleid dat vele zelfstandigen hun loon hebben zien dalen of zelfs zien verdwijnen. De getroffen zelfstandige ontvangt aldus niet langer een “regelmatig en maandelijks” loon zoals dat wordt verstaan voor de berekening van de 80%-regel in het kader van een IPT.

In haar omzendbrief van 14 december 2021 (Circ. 2020/C/153) met bijhorend addendum van 10 juni 2021 geeft de fiscale administratie een aantal aanwijzingen als antwoord.

Om te beoordelen of de bezoldigingen tijdens de COVID-19 periode aan de regelmatigheid en het maandelijks karakter voldoen, preciseert de belastingadministratie dat de maanden waarvoor de bedrijfsleider zijn bezoldiging niet meer heeft ontvangen en waarvoor hij (bij wijze van voorlopige maatregel) een overbruggingsrecht heeft genoten, worden geacht aan de regelmatigheidseis te voldoen. Er geldt een gelijkstelling voor de bedrijfsleider die een lagere bezoldiging ontvangt (dan die welke hij normaal zou hebben ontvangen), en/of die een voordeel in natura (VAA) behoudt.

Indien de verplichte sluiting niet door de overheid aan de vennootschap is opgelegd en de vennootschap niettemin gedwongen was haar activiteiten tijdelijk stop te zetten, moet de onderneming bovendien op basis van objectieve elementen kunnen aantonen dat de onderbreking van de activiteit te wijten was aan de COVID-19 crisis.

De Administratie voegt hieraan toe dat de ontvangen overbruggingsrechten in geen geval kunnen worden beschouwd als bezoldiging voor de berekening van de 80%-grens. Daarvoor moet rekening worden gehouden met de werkelijk verdiende bezoldiging (ook als deze lager is), vermeerderd met de VAA of alleen de VAA indien dit de enige bezoldiging is waarop de bedrijfsleider recht heeft.

Tot slot voorziet de circulaire dat het deel van de aanvullende pensioenpremie dat de 80%-grens zou overschrijden als gevolg van de vermindering van de jaarlijkse bezoldiging van de bedrijfsleider, kan worden overgedragen naar de volgende boekhoudperiode als uitgestelde last. Dit impliceert dat de extralegale pensioenpremie van het volgende jaar met het uitgestelde bedrag moet worden verminderd om aan de 80%-regel te voldoen en volledig aftrekbaar te zijn als bedrijfskost.

Aarzel niet om contact met ons op te nemen indien u meer informatie wenst te bekomen.

Florian Nelis

Jurist Fiscalist bij Pareto SA

Verkooprecht bij verlenging van vruchtgebruik?

Bij een gesplitste aankoop van een onroerend goed, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik verwerft en de bedrijfsleider de blote eigendom, kan het wenselijk zijn de termijn van het vruchtgebruik te verlengen. Na het verstrijken van de duurtijd van het vruchtgebruik komt het onroerend goed namelijk toe aan de blote eigenaar. Welke fiscale gevolgen brengt deze verlenging met zich mee?

Grondwettelijk Hof doet uitspraak over toepassing van verkooprecht bij toekenning vastgoed in mede-eigendom aan de vennoot-bedrijfsleider

In 2021 publiceerde Pareto een artikel over de aankoop in mede-eigendom tussen bedrijfsleider en diens vennootschap. We kaderden hierbij het probleem of hetzij verdeelrecht[1] hetzij verkooprecht[2] (Visie Vlaamse en Federale fiscus) van toepassing is wanneer het onnroerend goed wordt uitgekeerd (via verkoop bijvoorbeeld) aan de bedrijfsleider-vennoot. Het Grondwettelijk Hof velde in januari 2022 een verdict in deze kwestie n.a.v. een prejudiciële vraag.

Het verband tussen de begunstigingsclausule van een levensverzekeringspolis en het testament

Nemen wij het voorbeeld van een verzekeringnemer die aanvankelijk zijn zus aanwijst als begunstigde van zijn levensverzekeringspolis. Vervolgens maakt hij een testament op waarin hij zijn partner als algemene legataris aanstelt zonder de begunstigingsclausule van de levensverzekeringspolis te wijzigen. De vraag rijst dan wie de verzekeringsuitkering zal ontvangen.