/>

Het wettelijk pensioen is de uitkering die de overheid betaalt vanaf de leeftijd van de pensioengerechtigde leeftijd. Deze leeftijdsgrens is momenteel 65 jaar, wordt in 2025 opgetrokken tot 66 jaar en in 2030 tot 67 jaar. De wettelijke pensioenen worden de ‘eerste pensioenpijler’ genoemd. Men onderscheidt:

  • het werknemerspensioen
  • het ambtenarenpensioen
  • het zelfstandigenpensioen

Vanwaar komt het wettelijk pensioen?

De bijdragen van de actieve werknemers, zelfstandigen en ambtenaren worden gebruikt voor de financiering van het wettelijk pensioen. Dit betekent dat mensen die nu werken de pensioenen van de huidige gepensioneerden bekostigen.

Wanneer kan men op pensioen gaan?

Vanaf 65 jaar kan men op pensioen gaan. De leeftijdsgrens wordt in 2025 opgetrokken tot 66 jaar en in 2030 tot 67 jaar. Voor bepaalde zware beroepen bestaat de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan. Vervroegd pensioen is ook mogelijk voor andere beroepen, maar de voorwaarden hiervoor worden alsmaar strenger.

Hoeveel bedraagt het wettelijk pensioen?

Er zijn heel wat regels die bepalen hoeveel pensioen iemand krijgt en wanneer hij recht heeft op een pensioenuitkering.

De berekening van het wettelijk pensioen verschilt naargelang de beroepsloopbaan en het statuut waaronder men valt: werknemer, zelfstandige, ambtenaar of gemengd.

Je bent werknemer

Een aantal elementen beïnvloeden de berekening van je pensioen:

  • De periodes waarin je effectief hebt gewerkt als werknemer. Sommige periodes waarin je niet of slechts deeltijds werkte, worden daarbij gelijkgesteld met effectieve arbeidsperiodes.
  • Je loon. Met andere woorden: wat je door je werk verdiende, rekening houdend met bepaalde onder- en bovengrenzen.
  • Je gezinssituatie op het moment dat je je pensioen ontvangt. Je pensioen kan worden berekend aan alleenstaandentarief of aan gezinstarief.

Je bent zelfstandige

Voor de berekening van je pensioen als zelfstandige worden dezelfde regels toegepast als voor loontrekkenden.

Daarbij wordt rekening gehouden met een aanpassingscoëfficiënt omdat zelfstandigen minder hebben bijgedragen tijdens hun loopbaan.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de inkomsten vóór en die na 1984. Voor de jaren vóór 1984 ontvang je een forfaitair pensioen (niet afhankelijk van de hoogte van je inkomsten). Voor de jaren vanaf 1984 wordt het pensioen berekend op basis van de inkomsten waarop je sociale bijdragen hebt betaald.

Net als in het geval van loontrekkenden, beïnvloedt je gezinssituatie (alleenstaande, gezin) op het moment dat je je pensioen krijgt het bedrag van je pensioen

!!! Het wettelijk pensioen van zelfstandigen ligt over het algemeen lager dan dat van werknemers. Het is dus aangeraden om als zelfstandige een reserve of een eigen pensioen op te bouwen (de zogenaamde “tweede pensioenpijler”).

Je bent ambtenaar

Voor de berekening van het wettelijk pensioen van benoemde (en dus niet van contractuelen die onder de categorie van werknemers vallen) ambtenaren gelden specifieke regels. Er wordt niet uitgegaan van je totale wedde, maar van je gemiddelde wedde in de laatste vijf jaar van je loopbaan. Was je nog geen 50 jaar op 1/1/2012 dan is dat het gemiddelde van de laatste tien jaar. Om je jaarlijks brutopensioen te berekenen, wordt die wedde vermenigvuldigd met het aantal gewerkte jaren in de openbare dienst en daarna gedeeld door 60.

In tegenstelling tot wat geldt bij werknemers en zelfstandigen, heeft je gezinssituatie geen invloed op het bedrag van je pensioen als ambtenaar en wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen gezinnen en alleenstaanden.

Je pensioenbedrag berekenen?

Kijk op mypension.be !

U kunt er:

  1. uw toekomstige pensioenbedrag simuleren
  2. uw pensioen plannen (u hebt een specifieke pensioendatum in gedachten).

Meer weten

Le premier piler des pensions

Eerste pensioenpijler

In België kennen we drie pensioenpijlers. Uw wettelijk pensioen vormt de eerste pensioenpijler.

Bent u werknemer of contractueel ambtenaar? Dan kan het zijn dat uw werkgever voor u een aanvullend pensioen of een groepsverzekering heeft voorzien.

Als zelfstandige of als werknemer kunt u dat zelf doen. Dat is de zogenaamde “tweede pensioenpijler”.

Doet u tot slot aan pensioen- of lange termijnsparen, dan rekenen we dat tot de “derde pensioenpijler”.