/>

Wat is aanvullend pensioen ? 

Bovenop het wettelijk pensioen waarin de overheid voorziet (1e pijler), is er ook de mogelijkheid om een aanvullend pensioen op te bouwen(2e pijler). Dit aanvullend pensioen wordt opgebouwd doorheen de beroepsloopbaan als loontrekkende of zelfstandige, ter aanvulling van het wettelijk pensioen. Naast de 1e en 2e pijler is er ook nog een 3e pijler, waaronder het pensioensparen en langetermijnsparen vallen. 

Voor wie ? 

Zowel loontrekkenden als zelfstandigen kunnen een aanvullend pensioen opbouwen. 

Als loontrekkende kan dit via werkgevers- (of werknemers)bijdragen in een groepsverzekering of sectorplan, als zelfstandige kan dit o.a. via een VAPZ (vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen), POZ (pensioenovereenkomst voor zelfstandigen) of IPT (individuele pensioentoezegging). 

Sinds 2019 bestaat er ook de mogelijkheid voor werknemers om op eigen initiatief een aanvullend pensioen op te bouwen via het VAPW (vrij aanvullend pensioen voor werknemers). Dit kan enkel voor werknemers die niet of slechts in beperkte mate genieten van een groepsverzekering of pensioenfonds via de werkgever. 

Wanneer? 

Je kan starten met de opbouw van aanvullend pensioen zodra je begint te werken. Als zelfstandige is de opbouw van aanvullend pensioen op eigen initiatief, als werknemer is het eerder afhankelijk of jouw werkgever hierin al dan niet voorziet. 

De uitkering van het aanvullend pensioen is pas mogelijk bij wettelijke pensionering. Vanuit de wetgever verstaat men hieronder het stopzetten van de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van een wettelijk pensioen. Concreet betekent dit dat u uw aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd als werknemer of zelfstandige ten vroegste kan ontvangen bij opname van uw wettelijk pensioen. Momenteel is dit 65 jaar, maar de pensioenleeftijd wordt stelselmatig verhoogt tot 66 jaar vanaf 2025 en tot 67 jaar vanaf 2030. 

Waarom? 

Het is niets nieuw om te stellen dat het wettelijk pensioen voorzien door de Belgische Staat, voor velen niet zal volstaan om de levensstandaard te behouden.

Door een steeds ouder wordende gepensioneerde bevolking, staat de financiering van het wettelijk pensioen sterk onder druk. Het belang van een aanvullend pensioen neemt alleen maar toe. Tegenwoordig bieden de meeste werkgevers een groepsverzekering aan, als onderdeel van een competitief salarispakket. 

Vanuit fiscaal standpunt is dit zowel voor de werknemer als werkgever interessanter dan loon. Voor de zelfstandigen is de fiscale stimulans meestal nog groter. Zo is een VAPZ aftrekbaar als beroepskost in de personenbelasting, en zullen bijgevolg ook de sociale bijdragen dalen.

Een IPT is dan weer aftrekbaar als beroepskost voor de vennootschap, en op premies in een POZ geniet een zelfstandige een forfaitair fiscaal voordeel van 30%. 

Opgelet, afhankelijk van het product zal er nog eindbelasting betaald moeten worden op het opgebouwde kapitaal. 

En wat met het rendement? Gezien de historisch lage rentevoeten zal je vandaag niet heel veel rendement genieten (tak 21). Een mogelijke piste zijn beleggingsfondsen (tak 23, wederom afhankelijk van het fiscaal product), waar er naast iets meer risico wel een hoger potentieel rendement tegenover staat. Hoe dan ook, rendement is en blijft een variabele parameter.